Foelkel

Verscheurd leven 

Frithjof Felix Foelkel debuteerde literair pas na zijn veertigste. Het korte dichterlijk werkje Bosman, waarmee hij verscheen in het Hollands Maandblad verhaalt van zijn natuurervaringen; het voert terug naar een jeugd omringd door bomen, heide en zandverstuivingen maar zonder vriendjes. Naar een wereld waarvan hij, ook later in Amsterdam, nooit meer zou loskomen. Wat leidde tot een verscheurd leven. Aan de Universiteit van Amsterdam (UVA) studeerde hij af in de Theoretische Natuurkunde, daarna werd hij redacteur van een encyclopedie. Tot hij ging schrijven. Toen verscheen bij uitgeverij Meulenhoff zijn roman Onder de pannen . (Over het actie-toneel van studenten, bij wie hij penningmeester was geweest, ook had meegespeeld in hun producties . Daarnaast heeft hij wel meegespeeld in de Lunchpauzevoorstellingen van het Instituut voor Dramaturgie, waar hun club in de kelder was ondergebracht.) Het jaar na zijn debuut als romanschrijver volgde bij Meulenhoff zijn verhalenbundel De pythons en de nachtportier . Kritieken op het eerste en tweede boek verschenen er in grote getale, in bijna alle landelijke kranten en tijdschriften, ook in België. (Zie ook Publiciteit 195, 1996 , hoe hij werd geïnterviewd op radio 5 in die tijd, o.a. door Wim Brands,)

Van de maatschappij vervreemd

Daarna werd alleen nog iets van Foelkel vernomen toen hij was uitgenodigd voor het spektakel ter ere van de wisseling van het millennium. Samen met andere toen bekende schrijvers las hij een speciaal geprepareerde tekst voor in theater De Balie in Amsterdam. En er was zijn bijdrage Boven de wereld, opgenomen in 360 graden Album van de Nederlandse ruimte, door De Balie uitgebracht in opdracht van het Ministerie van Ruimtelijke Ordening. (Foelkel was meer dan dertig jaar zweefvlieger geweest, en als zweefvlieginstructeur wist hij bij de beschrijving van het luchtruim waar hij het over had.)

Maar zijn roman De Bèta’s zou pas meer dan twintig jaar later verschijnen, in 2023. Over de bezeten jacht van een asociaal fysicus naar de natuurkundige grondslag van de Schepping. Bekend is de uitspraak van de Duitse filosoof Immanuel Kant: ‘dat de mens de wereld an sich niet kan kennen’. Wij zijn afhankelijk zijn van onze zintuigen, en die zijn niet objectief. Dat laat de hoofdfiguur uit De Bèta’s niet op zich zitten! Het is een eigenwijs mannetje en hij beweert dit probleem wel even te zullen fiksen. Hoe hij zich dat voorstelt, legt hij zijn leerling in deze roman uitgebreid  uit.

Was Foelkel in die tussenliggende jaren soms zelf de  fysicus geworden die in een stiekem hoekje de wereld, buiten de zintuigen om, boven water trachtte te krijgen? Dat is wel zeker! Dan sprak hij in De Bèta’s uit eigen ervaring. Bijvoorbeeld als hij de hoofdpersoon laat klagen ‘dat wie alle waarneming afwijst toch eigenlijk tegen de storm in aan het fietsen is’. En verderop zegt hij: ‘Als jij als onderzoeker dan eindelijk de wijsheid als een kristallen bol in handen denkt te hebben, valt die het volgende moment doodleuk voor je neus in gruzelementen.’.  – Was dat wetenschappelijk onderzoek (van hemzelf) tegen die tijd dan soms mislukt? Was hij gefrustreerd geraakt? Zwoer hij wraak? Niet werkelijk, maar in de proloog  van De Bèta’s betoont de personage zich wel spijkerhard tegenover allerhande kletskousen. En ook de experimentele fysici – die zich in het laboratorium waarin deze rare man zich verschanst heeft zelf wèl op waarnemingen baseren – krijgen van hem regelmatig een veeg uit de pan.

Boskind

De  roman Boskind oogt  heel wat vriendelijker. Dat gaat inderdaad over zijn jeugd in de bossen van de Veluwe, daar opgegroeid zonder elektriciteit en stromend water. Deze roman blijkt – verrassend! – ook veel eerder te zijn geschreven dan De Bèta’s, het heeft jarenlang gecirculeerd onder vrienden en kennissen, waarbij het lof verwierf. Maar de vuile was van je familie openbaar maken, nee. Nu praktisch geen van de personages uit die tijd nog leeft, krijgen de voorstanders van publicatie dan eindelijk hun zin.

Voor de media:

Foto Foelkel 1

Foto Foelkel 2