De speeltuin Veluws Eiland lag aan de Arnhemseweg noord-zuid door de Veluwe, de natuur ter plekke toen nog niet bedorven door de galmende autosnelweg richting Zwolle. De speeltuin Veluws Eiland was bekend van schoolreisjes en zijn misselijkmakende draaimolens en schommels in alle mogelijke vormen, waar je wel met vijf tegelijk in kon zitten. Rondom hadden de slimme uitbaters, het echtpaar Magendans, een smal grachtje laten uitscheppen. Zodat je inderdaad een bruggetje over moest, en dan met een ter plekke gehuurde kano rondom de drukte en het verhitte gegil kon varen. Er stond daar ook een bushalte. De conducteur, met de kniptang hangend voor zijn buik, ging altijd spiedend door de lijnbus. Na het passeren van de haltes ‘Vossenfarm’ en ‘Stoppelberg’, riep hij ook luidkeels ‘Veluws Eiland’ af. Nu kwamen de kinderen van de Zuid Molukkers in beweging. Zij gingen naar hun onderkomens op De Krim, Het Krimdal, De Woeste Hoogte. Maar de andere richting uit begon de zandweg waarop zomers weleens adders lagen te zonnen. Die diep het bos in voerde – naar het gezin toe bij wie de roman Boskind speelt.